Dynastie Van der Valk

1 Feb


Titel: De dynastie Van der Valk
Ondertitel: De ups en downs van een ondernemende familie
Auteur: Hendrik Jan Korterink
Publicatie: 1996
Prijs: euro 10,- inclusief verzendkosten
Verkrijgbaar: bestellen via weblog misdaadjournalist

HOOFDSTUK EENDe overval‘Bent u Gerardus Anthonius van der Valk?’ Het is zondagmiddag 20 februari 1994. Gerrit en Toos van der Valk, schoondochter Eva en haar zus en drie kleinkinderen en een aantal andere familieleden liggen ontspannen te genieten van de Caribische zon, aan het strand van Curaxc3xa7ao. De beroemde one way wind zorgt voor de nodige afkoeling. Het geruis van de branding, klotsende golven, flarden reggaemuziek op de achtergrond, de geur van kokosolie, niets lijkt de rust in dit stukje paradijs op aarde te kunnen verstoren. Totdat Gerrit zo onverwacht wordt aangesproken.Klokslag vier uur heeft een groep van enkele tientallen mannen, die al geruime tijd verdekt stonden opgesteld, zich losgemaakt uit de schaduw. Vier van hen lopen rechtstreeks naar de nietsvermoedende Gerrit van der Valk, de anderen maken een omtrekkende beweging en zorgen ervoor dat er niemand kan ontsnappen. Terwijl de familie nog onbekommerd geniet van de zon, is bij de mannen de spanning te snijden. De confrontatie die zo dadelijk zal volgen, is maanden gele-den al voorbereid, er mag nu niets fout gaan.Op hetzelfde moment dat de in slordige vrije-tijdskleding gestoken heren over het warme tropische zand lopen, komt er duizenden kilometers noordelijker en tientallen graden kouder ook een groep mannen in actie. Exact op het afgesproken tijdstip staan ze op van hun tafels in het Van der Valkmotel in Akersloot. Ze hebben juist uitgebreid gedi-neerd, maar ze verloren hun horloges geen minuut uit het oog. Het is dan klokslag acht uur, Nederlandse tijd. De ongeveer 25 ongenode gasten zijn rechercheurs van de Fiod. Als zij gaan staan, is dat het sein voor nog eens enkele tientallen re-chercheurs om het restaurant binnen te stormen, onder het toeziend oog van verbouwereerde gasten. In de hal van motel Akersloot zit, incognito, het hoofd van de Fiod.De man die op datzelfde ogenblik op het strand van Curaxc3xa7ao Gerrit van der Valk aanspreekt, doet dat ook op verzoek van de Fiod. Hij is een plaatselijke politieagent, evenals de drie mannen bij hem en de groep die op enige afstand staat toe te kijken. Onder hen bevinden zich twee rechercheurs van de Fiod, die speciaal uit Nederland zijn overgevlogen en de hele actie hebben voorbereid. Zij blijven in eerste instantie op de achtergrond en melden zich pas de volgende dag.Als hem wordt gevraagd of hij Gerrit van der Valk is, kijkt de vaak als peetvader aangeduide topman van het Van der Valk-concern met zijn helblauwe ogen de vraagsteller doordringend aan en zegt hij: ‘Ja. Wat wilt u?’ ‘Wij moeten u arresteren, volgens artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Wilt u meekomen naar het politiebureau?’

De arrestatie van Gerrit van der Valk is een hoogte- dan wel dieptepunt in een al meer dan tien jaar slepend machtsspel tussen de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst (Fiod) en het Van der Valk-concern, of zoals Gerrit het uitdrukt: tussen een stelletje pootjelichters van de overheid en harde werkers, tussen de Gestapo en een gezonde Hollandse familie. Na de ontvoering van Toos van der Valk, in 1982, was de familie Van der Valk voor het eerst uitvoerig in de schijnwerpers van de publiciteit geplaatst. Tot die tijd was de familie op een enkele uitzondering na amper in de pers geweest. Na de ontvoering kregen niet alleen de media aandacht voor de succesvolle familie, maar begon ook de in Haarlem gevestigde Fiod met argusogen de financixc3xable handel en wandel van het concern gade te slaan. Volgens de ene versie vanwege ‘het gemak’ waarmee de 12,5 miljoen gulden losgeld op tafel was gekomen, volgens de andere versie door de klachten van de Van der Valken over een dreigend faillissement als gevolg van de financixc3xable aderlating. Vanaf dat moment is fiscus gaan jagen en werd het definitief oorlog tussen de Fiod en met name Gerrit van der Valk. De fiscus kwam met aanslagen tot een bedrag van 400 miljoen gulden, door Gerrit onmiddellijk betiteld als ‘nepaanslagen, om ons uit de tent te lokken.’ Sinds die tijd laat Gerrit geen gelegenheid ongebruikt om zijn ongenoegen over ‘het blauwe gevaar’ te ventileren. ‘Het zijn chanteurs en afpersers, allemaal.’ De ambtenaren duidt hij aan als ‘Titootjes’, in dienst van ‘de Gestapo.’ De aanslag van 400 miljoen wordt uiteindelijk afgedaan met een schikking van 22 miljoen. In 1988 zou daarmee schoon schip zijn gemaakt. Overigens tegen de zin van Gerrit, die het liefst helemaal niets had betaald. ‘Dat handjeklap met de overheid maakte mij razend. Ik zei tegen Arie: vecht het uit, we hebben toch niets gedaan?’ Uiteindelijk is Gerrit mokkend akkoord gegaan ‘om van het gezever af te zijn.’ Broer Arie, het financixc3xable brein van het concern, krijgt in de loop der jaren nog menige veeg uit de pan. Gerrit omschrijft zijn liefhebbende broer dan als ‘een royale belastingbetaler’, of ‘mijn broer, een echte belastingbetaler. Arie is een goeie kerel, maar dat is meer een boekhouder.’
Bij andere gelegenheden steekt Gerrit de loftrompet over Arie. ‘Hij ruimt de rommel op die ik achterlaat. Zonder hem had de firma nooit bestaan. Ik ben veel te impulsief.’ Soms ontkent Gerrit trouwens dat hij zijn deel van de schikking heeft betaald. Een familielid dat wat beter op de hoogte is met de financixc3xable aangelegenheden van het concern, heeft daar wel een verklaring voor. ‘Gerrit weet niet eens of hij wel of niet betaald heeft, dat gaat helemaal buiten hem om.’
Dat zou best waar kunnen zijn. Gerrit zegt zelf ook dat hij zich vooral bezighoudt met de ontwikkeling van nieuwe projecten, met de dagelijkse gang van zaken in het concern bemoeit hij zich niet.
Mede door de provocaties van Gerrit, die de fiscus als zijn persoonlijke vijand is gaan beschouwen, moet bij de Fiod het plan zijn ontstaan voorgoed af te rekenen met hun kwelgeest. Uit de actie op die zondagmiddag in februari 1994 blijkt dat er dit keer duidelijk op de man wordt gespeeld. Behalve de arrestatie op Curaxc3xa7ao en de inval bij het motel in Akersloot worden tegelijkertijd enkele andere vestigingen van het concern en privxc3xa9woningen met een ongenood bezoek vereerd. Het zijn niet de vestigingen die verdacht worden van de grootste fraude, de aandacht richt zich vooral op de personen die erbij horen en die in de ogen van de Fiod de dienst uitmaken. Alles staat of valt echter met de uitschakeling van Gerrit van der Valk. Kosten noch moeite worden gespaard om deze belangrijkste troef in handen te krijgen. Vanaf november 1993 hebben de rechercheurs Gerrit en zijn familieleden nauwlettend gevolgd. Restaurants werden onopvallend bespied, telefoons werden afgetapt. Het eenvoudigst was geweest als ze hem in zijn villa bij motel Nuland hadden kunnen aanhouden. Als hij en Toos in Nederland zijn, verblijven ze daar. Een andere vaste verblijfplaats van het echtpaar is de door Gerrit als ‘blokhut’ beschreven woning in de Zwitserse Alpen, een chalet met de naam “De Gelukkige Winden”, in de buurt van Gstaad, in het kanton Freiburg. In 1978 verwierven Gerrit en Toos de Zwitserse nationaliteit, vanwege ‘de overdreven overheidsbemoeienis’ in Nederland. Aanhouding in Zwitserland zou echter tal van lastige consequenties met zich meebrengen. Er zou een ongetwijfeld slepende uitleveringsprocedure in gang worden gezet en het is nog de vraag of de Fiod xc3xbcberhaupt gerechtigd is in het buitenland aldaar ingeschreven staatsburgers te arresteren. Gerrit heeft zelf overigens een heel verrassende verklaring voor de ‘overval’ en de manier waarop deze geschiedt. Hij vermoedt een duister complot, dat alles te maken heeft met drugshandel en infiltratie.

Als in februari 1994 Gerrit en zijn broer Arie vertrekken naar Curaxc3xa7ao, waar ze verblijven in het Plaza-hotel dat wordt gerund door Marc van der Valk en zijn vrouw Eva, reist
de Fiod onopvallend mee. Het is voor Gerrit en Arie een gecombineerde vakantie- en dienstreis: Gerrit voert moeizame onderhandelingen met de Antilliaanse bestuurders over de vestiging van een tweede motel met strand op Curaxc3xa7ao. Na ampel beraad moet de Fiod besloten hebben de arrestatie van Gerrit dan in vredesnaam maar op de Antillen te doen plaatsvinden. De invallen bij de vestigingen in Nederland moeten aan het Antilliaanse schema worden aangepast. Op vrijdag 20 februari, twee dagen voor de arrestatie, moet er een lichte vorm van paniek zijn uitgebroken onder de rechercheurs die op Curaxc3xa7ao de handel en wandel van Gerrit en Arie nauwlettend in het oog houden. Op die dag vertrekt Arie met het jacht Toucan II voor een meerdaagse vistocht in de Caribische wateren. Aan de voorbereidingen moeten de rechercheurs hebben gezien dat het geen dagtochtje was. Aangezien Arie ook bovenaan het verlanglijstje staat, net onder Gerrit, zien ze zich voor een zwaar dilemma geplaatst. Na koortsachtig overleg met de basis in Nederland wordt besloten nu niet in te grijpen. Vanwege het tijdsverschil (vijf uur) is het onmogelijk de invallen in Nederland goed voor te bereiden. De aandacht wordt geconcentreerd op de grootste vis, Gerrit. Gerrit had toevallig niet zoveel zin om mee te gaan vissen, hij had besloten bij de andere familieleden te blijven en mee te gaan naar het strand.
Geruchten over een op handen zijnde actie van de Fiod deden al geruime tijd de ronde, Gerrit had daar ook wel iets over vernomen, maar de manier waarop de Fiod uiteindelijk toeslaat, verbijstert hem. Achteraf is hem, op weg naar het strand, dat op een half uurtje rijden van het motel ligt, wel iets opgevallen. Na de ontvoering van Toos is hij extra alert op verdachte auto’s en personen. ‘Bij allerlei uitritten op de weg naar het strand stonden auto’s geparkeerd. Daar waren er een aantal bij met een open dak. Witte auto’s. Toen we later terugreden, kwamen al die auto’s achter ons aan. Achter de bosjes vandaan.’
De arrestatie zelf gebeurt door politiemensen van Curaxc3xa7ao. Volgens Gerrit ‘een man of dertig. Het leken wel junks. Dat waren nou de mensen die mij moesten vangen. Zonder uniform, zonder veters in hun schoenen: voor het geval ze me in het water achterna moesten zitten. “Ik ben de pineut,” dacht ik, “nu word ik ontvoerd.” De bodyguards waren helaas niet in de buurt.’ Ook Toos denkt meteen aan een ontvoering. ‘Zo heb ik dat de hele tijd gevoeld: nu hebben ze Gerrit ontvoerd.’
Gerrit denkt ook nog even aan een mislukte grap van Bananasplit. ‘Maar de jongen die me aansprak, herkende ik. Ik zag dat hij ook enorm schrok en verbaasd was dat hij mij moest aanhouden. We hebben een goede relatie met de mensen op Curaxc3xa7ao, ook met de politie.’
De arrestatie vindt plaats op zondag. Het duurt een dag voor Gerrit precies weet wat er aan de hand is. ‘Toen ik op het politiebureau in de cel zat probeerde ik de verborgen camera te ontdekken. Ik verwachtte elk moment dat Ralph Inbar zou binnenstappen. Het was zo onwerkelijk.’ Ook Toos heeft niet meteen door wat er zich afspeelt. ‘We zaten heerlijk in badpak op het strand van de zon te genieten. Plotseling werden we omringd door vier mannen die zeiden dat ze van de recherche waren. Hun aanwezigheid had iets heel bedreigends, ik moest meteen weer denken aan mijn eigen ontvoe-ring en het deed me denken aan de oorlog.’ Gerrit, gekleed in zwembroek, vraagt of hij nog wel eerst zijn kleren mag aantrekken. Dat mag. Intussen zijn er nog vier rechercheurs bijgekomen. Gerrit, snerend: ‘Acht man om mij in een klein politieautootje naar het bureau te brengen.’ Toos: ‘We wisten helemaal niet wat er aan de hand was, ik zag wel dat Gerrit ontzettend schrok. Ik dacht: misschien is er iets ernstigs gebeurd, een ongeluk in de familie of zo. Gerrit kwam naar me toe, hij zei dat hij mee moest naar het bureau. Later hoorde ik pas dat hij gearresteerd was.’

Gerrit wordt overgebracht naar de middeleeuwse Koraal Specht-gevangenis in Willemstad. ‘De politie van Curaxc3xa7ao heeft me keurig behandeld, alsof zij er ook niets aan konden doen. Maar in de gevangenis was het bepaald geen pretje. Ik zit koud in de cel of ik zie mezelf op tv. Met naam en toenaam. Terwijl de echte criminelen een lapje voor hun gezicht krijgen.’
In de gevangenis van Willemstad heeft Gerrit een kooi voor zich alleen. ‘Een kaal rommeltje was het. Geen matras, geen kussen, je moest zelf spullen kopen.’ Waar hij precies van wordt beschuldigd, is hem niet duidelijk. Zegt hij. ‘Ik had een papiertje gekregen. Daar stond iets op over artikel 140 of zo. Ik weet nog niet wat het is. Dat papiertje heb ik maar gebruikt om mijn achterste mee af te vegen. Dat moest ook wel, want er was geen toiletpapier.’
Het verblijf in de gevangenis op Curaxc3xa7ao is voor Gerrit van der Valk een ongekend vernederende ervaring. Hij hoort later pas dat er ook in Nederland arrestaties zijn verricht, de eerste dagen is er geen contact met de buitenwereld. Wel met medegevangenen. ‘Tegen kerels die voor drugs zaten, heb ik gezegd: van mij wegblijven, jullie.’ De directeur is wel aardig: Gerrit mag voor de afwisseling elke dag een paar uur op zijn kantoor zitten in plaats van in de cel.
Drie dagen na Gerrits aanhouding, meldt Arie zich bij de politie. Als hij terug is van zijn vistocht is hij van plan te gaan golfen, maar op aandrang van zijn familieleden geeft hij zich vrijwillig aan. Direct daarop worden de twee topmannen overgebracht naar Nederland, waar het verhoor zal plaatsvinden. Gerrit tegen een verslaggever: ‘Ze kochten voor 37.000 gulden tickets, voor vier rechercheurs en twee Valken. ‘Eerste klas meneer!, enkele reis!’ Terwijl mijn broer en ik de retourtickets al hadden betaald. Arie, een beetje econoom, toch ook wel een echte belastingbetaler, ergerde zich rot.’
Later vertelt Gerrit: ‘De ene dag ben je een boef, die met helemaal niks in een kale cel wordt gegooid, de volgende dag ben je een miljonair aan wie wordt gevraagd of hij eerste klas reist. Ik had het gauw door, die jongens wilden ook eerste klas naar Amsterdam terug. Nou, ze hebben dat zelf betaald, dat wil zeggen de regering natuurlijk.’ Het eerste klas reizende gezelschap bestond uit twee rechercheurs van Curaxc3xa7ao, die zorg droegen voor de begeleiding van ‘boef Arie’ en de twee Nederlandse rechercheurs die erop dienden toe te zien dat ‘boef Gerrit’ niet uit het vliegtuig ontsnapte.
Ook in Nederland worden Gerrit en Arie als echte criminelen behandeld. Gerrit: ‘Van Schiphol raceten we naar Scheveningen, in zo’n van binnen afgesloten politieauto. Hij reed door alle rode stoplichten heen, soms op twee wielen, leek het. En ik had niet eens riemen om.’
Dat het juist de gevangenis in Scheveningen is waar hij wordt opgeborgen, brengt extra emoties met zich mee. ‘Het was voor mij niet zomaar een gevangenis. Mijn vader heeft er in de oorlog gezeten en de ontvoerders van Toos zaten er ook. Misschien wel in dezelfde cel als ik. Alsof ik net zo’n zware crimineel ben.’
Alleen in zijn cel in Scheveningen gaat er heel wat door Gerrit heen. ‘s Nachts kan hij maar moeilijk in slaap komen. ‘Ik was ook bang, heb de dood gevoeld. Ik dacht: ik ben bijna 66, hoe lang houden ze me hier? Hoe oud word je. 73? Straks houden ze me hier een paar jaar vast en ga ik dood, dan heb ik ook levenslang. Ik kon eigenlijk niet geloven wat er met mij gebeurde.’ Hij kan zijn emoties nog net in bedwang houden. ‘Gehuild heb ik niet, maar dat heb ik ook niet toen Toos ontvoerd was.’
Ook voor Toos is het moeilijk te verwerken. ‘Dat doet je wel wat, als je man wordt opgesloten alsof hij een gangster is. Je vraagt je af waar de normen in Nederland zijn als je voor een zaak als deze zo wordt behandeld. Het leek wel of het oorlog was. De criminaliteit in Nederland stijgt onrustbarend. Kunnen ze daar niet beter hun tijd aan besteden dan aan mensen die met hard werken een gezonde zaak hebben opgebouwd? Het is zo onrechtvaardig.’
In de gevangenis vertoeven de Valken tussen de zwaarste jongens van Nederland: een ex-lijfwacht van maffia-baas Klaas Bruinsma, een crimineel die een politieman heeft doodgeschoten…
De jongere generatie houdt zich afzijdig van het geboefte, maar Gerrit en Arie leggen gerust een kaartje met hun mede-gedetineerden. En Gerrit zit in de gevangenis op een orgeltje te spelen: ‘We gaan nog niet naar huis.’ Maar echt blij was hij niet.

No Responses to “Dynastie Van der Valk”

  1. Scholier anno 1960 April 26, 2006 at 9:48 am #

    Sorry, het kort geheugen liet mij even in de steek, het was de zangeres Janneke Peper, die door Gert ontdekt was.

  2. Eduard February 12, 2009 at 9:45 am #

    Na het lezen van de stukken die hier staan wil ik het hele boek “De dynastie van der Valk” lezen. Waar kan ik dit kopen?

  3. richard laats October 2, 2009 at 10:47 pm #

    geachte heer,het vd valk boek heb ik gelezen en vond hem zeer goed,maar helaas uitgeleend en nooit meer terug gekregen..bol.com enzv gekeken maar niet te vinden…kan ik er bij u een kopen.? met vriendelijke groeten van richard laats

  4. Fredje October 3, 2009 at 5:37 pm #

    @ Richard,

    Op boekwinkeltjes.nl staan nog enkele exemplaren (tweedehands) te koop voor een prikkie !

  5. Maurits de Vries August 10, 2011 at 10:16 am #

    Altijd maar klagen, deze narcistische familie. Grappig ook dat die Gerrit zich druk maakt over een paar eerste klas vliegtickets, vanwege het feit dat dit ten koste gaat van de belastingbetaler. Terwijl ze zelf jarenlang de boel geflest hebben met zwartwerkers en mensen opgelicht hebben met dranksystemen enz enz..
    En als ze dan een keer tegen de lamp lopen, zijn ze weer zielig dat ze tussen de “echte” boeven moeten zitten. Ik zou zeggen: Klagers geen nood…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: